• Johan Lok

Daisy

Van thuis uit heb ik eigenlijk niet veel met huisdieren. We hadden hamsters en buiten stond een hok met twee konijnen. Het enige wat ik deed was die hamsters zo nu en dan op schoot nemen en de ren van de konijnen helpen verzetten, zodat ze weer wat lang gras hadden.

Toen ik met Erna ging samenwonen op de Kleine Beer kwamen er twee cavia's en een volière met zebravinkjes. Dat laatste was leuk, want daar werden ook kleintjes geboren. Leuk om te volgen en ze vliegles te zien krijgen.

De cavia's zijn altijd gebleven. Wanneer er eentje dood ging, kwam er een nieuwe en tot op de dag van vandaag hebben we twee cavia's.

Toen we verhuisden naar een woning met een tuin werd de roep, van Erna, niet van mij, steeds groter om een hond of een kat. Van mij hoefde dat helemaal niet. Maar toen zoon Jasper ouder werd en zich aan de zijde van zijn moeder schaarde, wist ik dat ik dat het een verloren zaak was.

Dus kwam er veertien jaar geleden een poes. Die werd later gevolgd door een hond en een jaar geleden door nog een stoere rode kater.

De poes heet Daisy, over de honden Tara en Athos heb ik al eerder geschreven en de rode kater luistert naar de naam Dorus.

Daisy maakte zich gelijk de eerste dag populair door in mijn nek te gaan liggen spinnen. Dat is ook gelijk de laatste keer dat ze zo aanhankelijk was. Ze ging haar eigen weg, was geen schootpoes en wilde liever niet geaaid worden. Ze had het prima naar haar zin bij ons, vond bij buurvrouw Ria een tweede thuis. Want als we op vakantie waren, paste zij meestal op en verwende ze Daisy enorm.

De komst van een hond zorgde bij Daisy voor nogal wat stress. Met name Tara, een ongeleid projectiel, vond ze maar niets. Toen later Athos kwam, ging het wat beter, maar ze leerde pas met hem omgaan toen Dorus zijn intrede deed. Die was voor de duvel niet bang en deed of Athos er niet was. Daisy keek dat aan en werd zelf ook wat heldhaftiger.

Tot een paar weken terug. Toen ging het ineens mis. Ze kreeg een plekje op de oude kamer van Jasper, die toch leeg was. Vorige week kon ze ineens alleen nog maar rondjes draaien. Een hersenbloeding of een ander hersenprobleem, zo bleek. En die zorgde ervoor dat we haar moesten laten inslapen. Met de tranen in ons ogen, zagen we dat ze eindelijk haar rust vond.

We hebben, op twee dagen na, veertien jaar van haar genoten en zullen haar nooit vergeten. Dag lieve Daisy…